Transparantie met betrekking tot duurzaamheid

onderdeel van de DMFCO-groep. Deze tekst geeft invulling van Artikel 10 van de Verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstensector (EU) 2019/2088 van 27 november 2019 (de SFDR).

  1. Inleiding

De Beheerder is de beheerder van een aantal beleggingsfondsen, zoals bedoeld onder de AIFMD. Deze onder toezicht staande fondsen, zoals opgenomen op de website van de Beheerder, zijn gekwalificeerd als producten die ecologische of sociale kenmerken promoten in de zin van Artikel 8 SFDR. Dit houdt in dat de fondsen duurzaamheidskenmerken promoten, in de zin dat bij het nemen van beleggingsbeslissingen een duurzaamheidsbeleid wordt toegepast.

Specifiek gaat het hierbij om de volgende fondsen:

•            Nederlands Hypotheken Fonds

•            Nederlands Hypotheken Fonds 1908

•            Dutch Mortgage Investment Fund 1863

•            Dutch Mortgage Investment Fund 2020

 

(hierna: de Beleggingsfondsen)

De Beleggingsfondsen investeren in de hypotheekvorderingen van hypotheken die zijn verstrekt door MUNT Hypotheken B.V. (MUNT). Zowel MUNT als de Beheerder maken onderdeel uit van de DMFCO-groep. Daarbij past de Beheerder de Corporate Social Responsibility (CSR) Policy en de Socially Responsible Investment (SRI) Policy (samen: het Duurzaamheidsbeleid) van DMFCO toe.

De informatiememoranda van de Beleggingsfondsen geven nadere informatie over de duurzaamheidskenmerken die worden gepromoot, evenals hoe duurzaamheidsrisico’s worden beheerst. Dit document geeft meer inzicht in het proces zoals dat hiervoor ingericht is binnen de Beheerder, en die wordt toegepast voor de Beleggingsfondsen.

  1. Geen duurzame beleggingsdoelstelling

De Beleggingsfondsen promoten ecologische of sociale kenmerken, zoals bedoeld in Artikel 8 SFDR. Dit betekent dat deze Beleggingsfondsen duurzaamheid promoten, maar geen duurzame doelstelling hebben als bedoeld in artikel 9 van voornoemde verordening.

 

  1. Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product

 

De Beleggingsfondsen worden beheerd volgens de criteria, standaarden en richtlijnen zoals opgenomen in het Duurzaamheidsbeleid van DMFCO. De fondsen onder beheer van de Beheerder beleggen in hypothecaire vorderingen verstrekt door MUNT. De Beheerder neemt diverse duurzaamheidsindicatoren in acht:

  • De mate van energiezuinigheid (wordt vastgesteld via het energie label);
  • CO2-uitstoot van de woningen die door de Beheerder worden gefinancierd en de CO2-uitstoot van de bedrijfsactiviteiten van de Beheerder;
  • Het actief aanbieden van financieringen ter verduurzaming van de woning voor bestaande en nieuwe klanten, compensatie van het energieverbruik van de bedrijfsactiviteiten van de Beheerder en de Beleggingsfondsen en de CO2-uitstoot van de door de Beleggingsfondsen gefinancierde woningen;
  • De activiteiten en filosofie van MUNT met betrekking tot het voorkomen en oplossen van betalingsproblemen in relatie tot de hypothecaire vorderingen ; en
  • Het deel van de hypotheken dat verstrekt is aan personen die behoren tot groepen in de samenleving die mogelijk extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen, flexwerkers, uitkeringsgerechtigden, zelfstandigen en mensen met een laag inkomen.

 

  1. Beleggingsstrategie

De Beheerder past bij het beheer van de Beleggingsfondsen het Duurzaamheidsbeleid van DMFCO toe. Op basis van dit beleid worden de beleggingen van de Beleggingsfondsen getoetst op basis van de geldende duurzaamheidscriteria, waaronder energie-efficiëntie en sociale impact.

 

DMFCO heeft een 'Principal Adverse Impact Statement' (PAI-statement) geformuleerd, dat door de Beheerder wordt toegepast, en waarmee rekening wordt gehouden bij de beleggingsstrategie voor de Beleggingsfondsen. Het PAI statement staat op de website van de Beheerder.

 

Beleggingen die strijdig zijn met de duurzaamheidsdoelstellingen van de Beheerder worden op basis van het Duurzaamheidsbeleid uitgesloten. Daarnaast hanteert de Beheerder een actieve aanpak om de ESG-factoren te monitoren die relevant zijn voor de portefeuille van de Beleggingsfonds, te begeleiden en bij te staan. Dit betreft zowel de sociale duurzaamheidsindicator (die ziet op het waarborgen van de ruime beschikbaarheid van woningen voor de Nederlandse samenleving) als de milieu duurzaamheidsindicator (die ziet op het monitoren en verbeteren van het gemiddelde energielabel van de portefeuille van onderliggende hypothecaire vorderingen).

 

De Beheerder sluit niet uit dat zij belegt in hypothecaire leningen met betrekking tot woningen met een lager energielabel. In die zin kunnen deze beleggingen een negatief effect hebben op de duurzaamheid. De Beheerder is echter van mening dat naast het beheersen van de impact op het klimaat, ook de beschikbaarheid van geschikte woningen een belangrijk doel is. De Beheerder benadert haar consumenten met een laag energielabel (<D) actief om de mogelijkheden voor verduurzaming van de woning te verkennen en zo bij te dragen aan de verduurzaming van de Nederlandse woningmarkt.

 

Bij de opzet van producten en processen geeft de Beheerder zich rekenschap van de impact op het milieu. De Beheerder kiest zoveel mogelijk voor duurzame oplossingen en streeft naar verduurzaming van woningen via daarvoor toegesneden maatregelen. De Beheerder streeft naar een milieuvriendelijke bedrijfsvoering waarbij papierloos werken wordt gestimuleerd, zowel intern als voor de klanten van MUNT. Het acceptatieproces voor hypotheken is al geheel digitaal en de informatievoorziening aan consumenten in toenemende mate. Er zijn verder verscheidene milieuvriendelijke maatregelen zoals het stimuleren van medewerkers om met de fiets of trein naar het werk te komen.  Daarnaast begint de Beheerder dit jaar met het planten van bomen in Californië en Spanje. Middels het planten van deze bomen is het voornemen om de CO2-uitstoot van de Beheerder te compenseren.

 

De Beheerder streeft naar een verantwoorde hypotheekverstrekking. De acceptatiecriteria voor hypotheken van MUNT geven invulling aan de zorgplicht jegens consumenten en zijn gericht op het voorkomen van overkreditering. De Beheerder besteedt hierbij via MUNT specifieke aandacht aan de hypotheekverstrekking aan groepen in de samenleving die mogelijk extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen, flexwerkers, uitkeringsgerechtigden, zelfstandigen en mensen met een laag inkomen. MUNT benadert actief klanten waarbij er zich in de toekomst mogelijk een betalingsprobleem kan voordoen bijvoorbeeld in geval van aflossingsvrije hypotheken. Ook in die situaties waarin een consument moeite heeft om aan zijn of haar verplichtingen te voldoen, zal de Beheerder via MUNT terdege rekening houden met de belangen van de consument.

 

Een aantal in het oog springende aandachtspunten als genoemd in de SFDR zijn niet direct van toepassing op het beleggen in Nederlandse woninghypotheken, zoals beleggen in vervuilende industrieën, kinderarbeid of dictatoriaal geregeerde landen. Beleggen in Nederlandse woninghypotheken heeft dan ook geen invloed op een van de gebruikelijke uitsluitingscriteria.

 

De Beheerder is lid van de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI) en onderschrijft ook de principes van het UN Global Compact en de richtlijnen vanuit het IMVB convenant;

 

De volgende UN Social Development Goals (SDGs) worden specifiek ondersteund door het MVO-MVB beleid van DMFCO:

  • SDG 1: Maak een einde aan armoede in al zijn vormen en overal.
  • SDG 7: Zorgen voor toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie.
  • SDG 11: Steden inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam maken.
  • SDG 13: Dringend actie ondernemen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan te bestrijden.

 

De Beleggingsfondsen beleggen in hypotheekvorderingen, niet in ondernemingen. Er wordt daarom geen beleid ter beoordeling van goed bestuur (good governance) van de beleggingen in beleggingsportefeuille gevoerd.

 

Het duurzaamheidsbeleid wordt periodiek bijgesteld op basis van nieuwe inzichten en verwachtingen.

 

  1. Proportie van investeringen

De Beleggingsfondsen worden beheerd volgens de in dit document beschreven criteria en standaarden, alsmede conform de informatie over het beleggingsbeleid en de beleggingsportefeuilles van de verschillende fondsen zoals opgenomen in de betreffende informatiememoranda en op de website van de Beheerder.

De Beleggingsfondsen beleggen onder andere in (i) hypotheken die primair sociale duurzaamheidsindicatoren promoten, (ii) hypotheken die primair milieu duurzaamheidsindicatoren en (iii) andere hypotheken die niet deze kenmerken hebben. De verdeling van deze waarden voor de totale portefeuille van MUNT wordt periodiek gerapporteerd op de website van de Beheerder. Rapportages van deze waarden voor individuele fondsen wordt gepubliceerd via het Investorportal van de Beheerder

  1. Monitoren van ecologische of sociale kenmerken

 

De Beheerder houdt rekening met het duurzaamheidsbeleid en de bovengenoemde uitgangspunten bij het nemen van beleggingsbeslissingen met betrekking tot de Beleggingsfondsen. Daarbij streeft zij ernaar dat de beleggingen van de Beleggingsfondsen voldoen aan de duurzaamheidskenmerken zoals beschreven in paragraaf III. Er vindt een voortdurende toetsing plaats van de wijze waarop de portefeuille is opgebouwd met betrekking tot deze aspecten.

 

De Beheerder rapporteert maandelijks over de samenstelling van de hypotheekportefeuille van de Beleggingsfondsen op het gebied van energiezuinigheid en bijbehorende CO2-uitstoot alsmede over het beschikbaar maken van woningbezit voor de Nederlandse samenleving (sociale indicator - op basis van inkomensgroepen). Samen met Sustainalytics (leidend ESG adviseur) is hiervoor een methode ontwikkeld om inzicht te geven in het groene en sociale karakter van de portefeuille. De methode is in lijn met de huidige marktstandaarden voor de Green Bonds en Social Bonds. Daarnaast verschaft de Beheerder informatie over de "carbon footprint" van de portefeuille.

Op deze manier geeft de Beheerder inzicht in zijn impact op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijke impact. Deze informatie wordt gebruikt om het duurzaamheidsbeleid van DMFCO te toetsen en zo nodig aan te passen. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld aan de beleggers van de Beheerder op het Beleggersportaal.

Daarnaast rapporteert de Beheerder periodiek over de specifieke acties die worden ondernomen om de duurzaamheid en maatschappelijke impact van de portefeuille van de Beleggingsfondsen te verbeteren, zoals:

  • hypotheken in portefeuille met financiering voor energiebesparende maatregelen;
  • gerealiseerde compensatie voor CO2-uitstoot; en
  • aantal hypotheekklanten dat is benaderd in het kader van het voorkomen van toekomstige betalingsproblemen.

 

  1. Gehanteerde methodes en rapportages

Rapportage energiezuinigheid

De Beheerder rapporteert periodiek het aandeel aan hypotheken welke aan minimaal één van de volgende criteria voldoen:

  1. Hypotheken met als onderpand energiezuinige woningen met een energieprestatie die hoort bij de beste 15%: Dit betreft woningen gebouwd vanaf 2002 met een A of B energielabel en woningen gebouwd vóór 2002 met een A label.
  2. Hypotheken met als onderpand een woning met een verbeterde energieprestatie van minstens 30%: Dit betreft woningen gebouwd vóór 2002, die nu een definitief energielabel A, B of C hebben en waarbij blijkt dat het energieprestatie minimaal 30% verbeterd is. De verbetering wordt gemeten in de verandering van de Energie Index (EI) van de woning. De EI is een maat voor de energiezuinigheid van een woning en wordt op basis van NEN-norm 7120+NV vastgesteld.

 

Energielabels worden bepaald aan hand van de definitieve RVO registratie. Indien geen definitieve RVO registratie beschikbaar is, dan wordt het voorlopig RVO label aangehouden. Indien geen definitieve of voorlopig RVO label beschikbaar is, dan wordt het energielabel geschat op basis van het bouwjaar.

Energielabels op basis van bouwjaar kunnen afwijken van de daadwerkelijke energiezuinigheid van het onderpand. Dit kan potentieel fouten veroorzaken in de meting van de energiezuinigheid van de hypotheekportefeuille. De foutenmarge door onderpanden zonder een beschikbaar voorlopig- of definitief RVO label is ca. 3%.

 

Rapportage CO2 footprint

De Beheerder rapporteert de CO2-uitstoot van de hypotheekportefeuille maandelijks aan zijn beleggers. Op basis van het energielabel en de oppervlakte van een woning kan een inschatting gemaakt worden van het jaarlijkse energieverbruik en daarmee van de jaarlijkse CO2-uitstoot. Hierbij maakt de Beheerder gebruik van de werkelijke, jaarlijkse energieverbruik en CO2-uitstoot van woningen met verschillende energielabels. De databron hiervoor is het onderzoek ‘Relatie tussen energielabel, werkelijk energieverbruik en CO2-uitstoot van Amsterdamse corporatie woningen’ van de TU Delft.

Naast energielabel en woningoppervlakte is de daadwerkelijke CO2-uitstoot ook afhankelijk van factoren die voor de Beheerder niet inzichtelijk zijn. Dit betreft onder andere unieke woningkenmerken en het gedrag met betrekking tot energieverbruik van de bewoners. Dit kan leiden tot een daadwerkelijk hoger of lager CO2 dan door de Beheerder gerapporteerd.

Rapportage sociale impact

Het verstrekken van hypotheken aan sociaal kwetsbare groepen wordt gemeten aan hand van het aandeel hypotheken aan huishoudens met een inkomen van minder dan de sociale huurgrens.

Zodoende maakt de Beheerder inzichtelijk wat haar impact is op het gebied van duurzaamheid en sociale impact. Deze informatie wordt gebruikt om het Duurzaamheidsbeleid van DMFCO te toetsen en bij te stellen indien nodig. Tevens wordt deze informatie ter beschikking gesteld aan beleggers van de Beheerder. Daarmee krijgen participanten maandelijks te zien welk deel van de portefeuille kwalificeert als groen, sociaal of beide.

 

Klimaatverandering

De Beheerder heeft de risico’s voor beleggers die verband houden met de klimaatverandering in kaart gebracht Deze risico’s bestaan uit het overstromingsrisico (het risico voor beleggers in verband met overstromingsschade aan de woningen die door de Beheerder zijn gefinancierd) en het transitierisico (het risico van betalingsproblemen van personen aan wie een MUNT-hypotheek is verstrekt vanwege de transitie naar een duurzame woning). Voor de berekening van het overstromingsrisico is data van de Klimaateffectatlas gebruikt, een project van Climate Adaptation Services (CAS). De Klimaateffectatlas geeft inzicht in de effecten van door klimaatverandering veroorzaakte mogelijke overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte in Nederland. Uit de verschillende risicocategorieën wordt alleen het overstromingsrisico niet gedekt door schadeverzekeringen.

 

De Beheerder heeft een kwantitatieve inschatting gemaakt van het overstromingsrisico op basis van de kans dat een onderpand met o.a. een bepaalde hoogte t.o.v. NAP overstroomt en de vermindering van de onderpandwaarde door de overstroming. In het overstromingsmodel gaat de Beheerder ervan uit dat zich potentiële verliezen door overstroming direct materialiseren. Ook gaat de berekening uit van het meest conservatieve klimaatscenario. Het resulterende overstromingsrisico is alsnog beperkt (<<1 bps). De Beheerder rapporteert de impact van dit risico op maandelijkse basis aan zijn beleggers.

 

  1. Databronnen en proces

De externe data die wij gebruiken om de duurzaamheidskenmerken van de Beleggingsfondsen te meten staan genoemd in sectie VII hierboven.  

De markt voor databronnen op duurzaamheidsgebied is in ontwikkeling en wij verwachten dat Europese richtlijnen zoals de Non-financial Reporting Directive (NFRD), de EU Taxonomy (Taxonomy), alsmede standaarden zoals de Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF) en de Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF) positief zullen bijdragen aan het verbeteren van de datakwaliteit en vergelijkbaarheid voor ESG-data.

De Beleggingsfondsen gebruiken de beschikbare data in het kader van het promoten van duurzaamheidsaspecten. Het deel van de ESG data dat berust op een inschatting is:

  • Bij ~3% van DMFCO’s onderpanden kan het energielabel niet bepaald worden op basis van een voorlopig of definitief RVO label. Voor deze leningen wordt het energielabel op basis van het onderpandbouwjaar geschat.
  • DMFCO rapporteert onder andere de verbetering in energiezuinigheid tussen het energielabel op basis van bouwjaar en het huidige definitieve RVO label. Het aandeel leningen waar geen definitief RVO label bekend is bedraagt ~35%. Deze leningen worden standaard zonder milieu-indicator gerapporteerd.
  • DMFCO bepaalt de CO2 emissie op basis van woningoppervlakte en geschatte elektriciteits- en gasverbruik per vierkante meter. Het elektriciteits- en gasverbruik wordt hierbij bepaald op basis van het energielabel, maar hangt in werkelijkheid ook af van additionele factoren zoals unieke woningkarakteristieken en gedrag van de bewoners. De mate van onzekerheid vanwege deze additionele factoren is niet direct meetbaar, maar DMFCO schat dat de foutmarge op portefeuilleniveau niet meer is dan +-20%.
  • De aannames voor de berekening van het gemiddelde verlies door overstromingen bevatten de volgende inschattingen:
    • De plaatsgebonden overstromingskansen zijn gebaseerd op een conservatief klimaat- en dijkonderhoud-scenario.
    • In het geval van overstroming gaat DMFCO uit van een onmiddellijk verlies, terwijl in werkelijkheid de mogelijkheid bestaat dat de klant de hypotheek niet aflost en de maandtermijnen blijft betalen.
    • DMFCO maakt de aanname dat de grondwaarde na overstroming onveranderd blijft. Indien de grond na overstroming wel waarde verliest, dan kan het onderpand na oversstroming tot ~30% minder waard zijn dan voorspelt door het model.
    • De Climate Adaptation Services (CAS) definieert foutmarges in de overstromingskansen. Omdat deze in DMFCO’s model door vertaald worden naar scenario’s, ontstaan hierdoor geen additionele afwijkingen in DMFCO’s reporting.

 

  1. Beperkingen van data

Wij zijn ons ervan bewust dat de standaarden en meetinstrumenten op het gebied van duurzaamheid nog volop in ontwikkeling zijn, en daarom ook hun beperkingen kennen. Dat neemt niet weg dat onze Beleggingsfondsen deze data kunnen gebruiken om zich te vergelijken met andere Beleggingsfondsen die in de markt actief zijn. Het is daarnaast onze verwachting dat in de komende jaren de kwaliteit van de beschikbare data steeds meer zal stijgen, en wij daarom steeds beter in staat zullen zijn om de impact van onze beleggingen op duurzaamheidsfactoren te beoordelen en in aanmerking te nemen.

 

  1. Due diligence

Binnen onze selectieprocessen voor investeringen zijn een groot aantal controlemomenten ingebouwd om ervoor te zorgen dat wij in overeenstemming met ons eigen beleid handelen. Wij verwijzen naar de paragrafen hiervoor.

 

Meer details over ons due diligence-proces is ook opgenomen in de PAI-statement van de Beheerder.

 

  1. Betrokkenheidsbeleid

De Beleggingsfondsen beleggen in Nederlandse hypotheekvorderingen. Vanwege de aard van deze beleggingen wordt geen engagementbeleid gevoerd als bedoeld in artikel 3g van Richtlijn (EU) 2007/36/EG van 11 juli 2007, dat betrekking heeft op beleggingen in ondernemingen.

 

Dat neemt niet weg dat de Beheerder monitort dat MUNT een dialoog onderhoudt met de particulieren aan wie een financiering is verstrekt met de bedoeling hen te stimuleren hun financiering aan te wenden om hun koopwoning te verduurzamen.

Verder is het MVO-beleid een onderwerp tijdens de jaarlijkse evaluatiegesprekken met onze uitbestedingspartijen en wordt gekeken in welke mate zij een dergelijk beleid hanteren.

  1. Benchmark

De Beleggingsfondsen gebruiken geen aan duurzaamheidskenmerken gelieerde referentiebenchmark om hun aan duurzaamheid gerelateerde prestaties mee te vergelijken.