PAI Statement DMF Investment Management B.V. 

In dit Principal Adverse Impact (PAI) statement, licht DMFCO toe op welke wijze mogelijke negatieve effecten op duurzaamheid worden meegewogen bij het nemen van beleggingsbeslissingen.


I.    Samenvatting
DMF Investment Management B.V. (de Beheerder) (LEI: 7245000A3A1HXKZ78347) houdt bij haar beleggingsbeslissingen rekening met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren. Deze Principal adverse impacts statement (PAI) heeft betrekking op de periode van 10 maart tot en met 31 december 2021.


De Beheerder staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en beschikt over een vergunning voor het beheren van beleggingsinstellingen op grond van art. 2:65, eerste lid sub a van de Wet op het financieel toezicht (Wft). 


De Beheerder is beheerder van verschillende beleggingsinstellingen die investeren in hypothecaire vorderingen verstrekt door MUNT Hypotheken B.V. (MUNT). Zowel de Beheerder als MUNT zijn onderdeel van de DMFCO groep en zijn in dat kader onderhevig aan het zorgvuldige verstrekkingsbeleid van DMFCO dat leidt tot de opbouw van een verantwoorde portefeuille Nederlandse woninghypotheken. Hierbij houdt de Beheerder rekening met de volgende mogelijke negatieve effecten op duurzaamheid:
•    Er zijn verschillen in de energiezuinigheid van de onderpanden van de hypothecaire vorderingen. De Beheerder is transparant naar beleggers over de energiezuinigheid van het onderpand die door de Beheerder is gefinancierd en stimuleert de verbetering van de energiezuinigheid van deze woningen door het aanbieden van financiering voor energiebesparende maatregelen. Hierbij richt de Beheerder zich met name op woningen met een minder zuinig energielabel;
•    Bij de bedrijfsactiviteiten van de Beheerder worden onder meer energie en grondstoffen verbruikt. De Beheerder is zich bewust van de negatieve impact van dit verbruik. De Beheerder stimuleert het zuinig verbruik van grondstoffen en energie bijvoorbeeld door zoveel mogelijk processen digitaal uit te voeren. Tevens compenseert de Beheerder jaarlijks de geschatte CO2-uitstoot van haar eigen bedrijfsactiviteiten;
•    Bij het verstrekken van hypotheken is er een risico dat het hypotheekproduct niet voldoende aansluit bij het profiel en de behoeftes van de consument. MUNT heeft een wettelijke verplichting om dit risico actief te voorkomen. Zo geven de acceptatiecriteria voor hypotheken van MUNT invulling aan de zorgplicht van MUNT jegens consumenten en zijn gericht op het voorkomen van overkreditering. Bij de opzet van MUNT haar producten en tarieven wordt een eerlijke en transparante afweging gemaakt op basis van de belangen van investeerder en consumenten. In de situaties waarin een consument moeite heeft om aan zijn of haar betalingsverplichtingen te voldoen, zal MUNT terdege rekening houden met de belangen van de consumenten. MUNT beoordeelt voortdurend in hoeverre haar hypotheekproduct aansluit bij de wensen en behoeftes van de consument die de doelgroep voor MUNT hypotheken vormen;
•    Bij het verstrekken van hypotheken is er een risico dat bepaalde doelgroepen in de maatschappij worden achtergesteld en niet voldoende worden bediend. MUNT houdt zich aan de heersende marktstandaarden en gedraagt zich zoals de maatschappij van een moderne en prudente hypotheekverstrekker mag verwachten. De Beheerder maakt via MUNT geen onderscheid naar ras, geloof of geaardheid en voorkomt discriminatie in het acceptatieproces voor hypotheken. De Beheerder streeft via MUNT naar een verantwoorde hypotheekverstrekking aan groepen in de samenleving die mogelijk extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen, flexwerkers, uitkeringsgerechtigden, zelfstandigen en mensen met een laag inkomen;
•    De Beheerder rapporteert periodiek en transparant over het milieuvriendelijk en maatschappelijk verantwoorde karakter van haar beleggingen en is te allen tijde bereid daarover met haar stakeholders van gedachten te wisselen;
•    Verder is het MVO-MVB beleid een onderwerp tijdens de jaarlijkse evaluatiegesprekken met uitbestedingspartijen en wordt gekeken in welke mate zij een dergelijk beleid hanteren;
•    De rapportagemethodiek om de duurzaamheid en sociale impact van de portefeuilles van de Beheerder te bepalen zijn opgesteld in samenwerking met Sustainalytics (leidend ESG adviseur). Sustainalytics heeft hierbij vastgesteld dat de indicatoren voor duurzaamheid en sociale impact die door de Beheerder worden gebruikt, een goed beeld geven over de mate waarin de beleggingen in de Beheerder's portefeuille de doelstellingen van Parijs en van de Nederlandse Overheid worden ondersteund;
•    De Beheerder is lid van de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI) en onderschrijft ook de principes van het UN Global Compact en de richtlijnen vanuit het IMVB convenant;
•    De volgende UN Social Development Goals (SDGs) worden specifiek ondersteund door het MVO-MVB beleid van DMFCO:
•    SDG 1: Maak een einde aan armoede in al zijn vormen en overal.
•    SDG 7: Zorgen voor toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie.
•    SDG 11: Steden inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam maken.
•    SDG 13: Dringend actie ondernemen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan te bestrijden.

 

II.    Beschrijving van de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheid

Het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) beleid van DMFCO formuleert duurzaamheidscriteria aan de hand waarvan de beleggingen van de beheerde fondsen onder beheer van de Beheerder worden getoetst op het gebied van (onder meer) energiezuinigheid en sociale impact.


De fondsen onder beheer van de Beheerder beleggen in hypothecaire vorderingen verstrekt door MUNT. De vraag of een hypotheek kan worden verstrekt is afhankelijk van diverse factoren, waarbij kredietwaardigheid van de consument, waarde van het onderpand en brede beschikbaarheid van woningfinanciering voor alle Nederlanders een rol spelen. De Beheerder neemt diverse duurzaamheidsindicatoren in acht: 
•    De mate van energiezuinigheid (wordt vastgesteld via het energie label);
•    CO2-uitstoot van de woningen die door de Beheerder worden gefinancierd en de CO2-uitstoot van de bedrijfsactiviteiten van de Beheerder;
•    Het actief aanbieden van financiering voor verduurzaming van de woning voor bestaande en nieuwe klanten;
•    De compensatie van energieverbruik van de bedrijfsactiviteiten van de Beheerder en de CO2-uitstoot van de door de Beheerder gefinancierde woningen;
•    De activiteiten en filosofie van MUNT met betrekking tot het voorkomen en oplossen van betalingsproblemen in relatie tot de hypothecaire vorderingen; en 
•    Het deel van de hypotheken dat verstrekt is aan personen die behoren tot groepen in de samenleving die mogelijk extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen, flexwerkers, uitkeringsgerechtigden, zelfstandigen en mensen met een laag inkomen. 

 

De Beheerder sluit niet uit dat zij belegt in hypothecaire vorderingen op woningen met een lager energielabel. In die zin kunnen de beleggingen van de Beheerder een negatieve impact hebben op duurzaamheid. De Beheerder meent echter dat naast het beheersen van impact op klimaat, ook beschikbaarheid van passende woningen een belangrijk streven is. MUNT benadert haar klanten met een laag energielabel (<D) actief en stimuleert haar bestaande en nieuwe klanten om hun woningen te verduurzamen door het aanbieden van financiering van de kosten voor energiebesparende maatregelen (EBM) tot 106% LtV om zo bij te dragen aan de algehele duurzaamheid van de Nederlandse woningvoorraad.


De Beheerder heeft de risico’s voor beleggers in kaart gebracht die verband houden met klimaatverandering. Deze bestaan uit het overstromingsrisico en het transitierisico. De Beheerder heeft een kwantitatieve inschatting gemaakt van het overstromingsrisico en daarnaast wordt de mogelijke negatieve impact van het overstromingsrisico maandelijks gerapporteerd. Het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) beleid van DMFCO wordt periodiek aangepast aan de hand van nieuwe inzichten en verwachtingen. De Beheerder zal daarbij ook aangeven hoe dit beleid in de afgelopen periode is toegepast en tot welke resultaten dat heeft geleid. 


III.    Beschrijving van beleid om deze effecten te identificeren en prioriteren

Het MVO-MVB beleid van DMFCO is leidend in het verkleinen van ongunstige effecten van de beleggingen op duurzaamheidsfactoren. Dit beleid is op 17 september 2020 geaccordeerd. Naleving van dit beleid is in eerste plaats de verantwoordelijkheid van de Beheerder. De duurzaamheidsfactoren die in dit beleid geïdentificeerd zijn, worden gemeten en periodiek gerapporteerd aan het management van de Beheerder. 


De Beheerder rapporteert maandelijks over de samenstelling van de hypotheekportefeuille op het gebied van energie labels en bijbehorende CO2-uitstoot alsmede over het beschikbaar maken van eigen woningbezit voor de Nederlandse samenleving (sociale indicator – op basis van inkomensgroepen). Samen met Sustainalytics is een methodiek ontwikkeld om het groene en sociale karakter van de portefeuille inzichtelijk te maken. De methodiek sluit aan bij de gangbare marktnormen voor de Green Bonds en Social Bonds. Daarbij verschaft de Beheerder ook de informatie over de ‘carbon footprint’ van de portefeuille. 


Rapportage energiezuinigheid
De Beheerder rapporteert het aandeel van hypotheken welke aan minimaal één van de volgende criteria voldoen:
1.    Hypothecaire vorderingen met als onderpand energiezuinige woningen met een energieprestatie die hoort bij de beste 15%: dit betreft woningen gebouwd vanaf 2002 met een A of B energielabel en woningen gebouwd vóór 2002 met een A label; en
2.    Hypothecaire vorderingen met als onderpand een woning met een verbeterde energieprestatie van minstens 30%: Dit betreft woningen gebouwd vóór 2002, die nu een definitief energielabel A, B of C hebben en waaruit blijkt dat de energieprestatie minimaal 30% verbeterd is. De verbetering wordt gemeten in de verandering van de Energie Index (EI) van de woning. De EI is een maatstaf voor de energiezuinigheid van een woning en wordt op basis van de NEN-norm 7120+NV vastgesteld.


Hypothecaire vorderingen die niet aan deze criteria voldoen zijn niet energiezuinig en lopen een groter risico met betrekking tot de energietransitie. Dit betreft potentiële kosten om het onderpand in de toekomst energiezuinig te maken, welke gedragen moeten worden door de consument.


Energielabels worden bepaald aan hand van de definitieve RVO registratie. Indien geen definitieve RVO registratie beschikbaar is, dan wordt het voorlopig RVO label aangehouden. Indien geen definitieve of voorlopig RVO label beschikbaar is, dan wordt het energielabel geschat op basis van het bouwjaar.


Energielabels op basis van bouwjaar kunnen afwijken van de daadwerkelijke energiezuinigheid van het onderpand. Dit kan potentieel fouten veroorzaken in de meting van de energiezuinigheid van de hypotheekportefeuille. De foutenmarge door onderpanden zonder een beschikbaar voorlopig of definitief RVO label is ca. 3%.


Rapportage CO2-uitstoot
De Beheerder rapporteert de CO2-uitstoot van de hypotheekportefeuille maandelijks aan haar beleggers. Op basis van het energielabel en de oppervlakte van een woning kan een inschatting gemaakt worden van het jaarlijkse energieverbruik en daarmee van de jaarlijkse CO2-uitstoot. Hierbij maakt de Beheerder gebruik van de werkelijke, jaarlijkse energieverbruik en CO2-uitstoot van woningen met verschillende energielabels. De databron hiervoor is het onderzoek “Relatie tussen energielabel, werkelijk energieverbruik en CO2-uitstoot van Amsterdamse corporatiewoningen” van de TU Delft.


Naast het energielabel en de woningoppervlakte is de daadwerkelijke CO2-uitstoot ook afhankelijk van factoren die voor de Beheerder niet bekend zijn. Dit betreft onder andere unieke woningkenmerken en het gedrag, met betrekking tot energieverbruik, van een specifieke bewoner. Dit kan leiden tot een daadwerkelijk hoger of lagere CO2-uitstoot dan door de Beheerder gerapporteerd.


Rapportage sociale impact
Het verstrekken van hypotheken aan sociaal kwetsbare groepen wordt gemeten aan hand van het aandeel hypotheken aan huishoudens met een inkomen van minder dan de sociale huurgrens.


Zodoende maakt de Beheerder inzichtelijk wat haar impact is op het gebied van duurzaamheid en sociale impact. Deze informatie wordt gebruikt om het duurzaamheidsbeleid van DMFCO te toetsen en bij te stellen indien nodig. Tevens wordt deze informatie ter beschikking gesteld aan beleggers van de Beheerder. Daarmee krijgen investeerders maandelijks te zien welk deel van de portefeuille gekwalificeerd wordt als groen, sociaal of beide.


De Beheerder heeft de risico’s voor beleggers die verband houden met de klimaatverandering in kaart gebracht. Deze risico’s bestaan uit het overstromingsrisico (het risico voor beleggers in verband met overstromingsschade aan de woningen die door de Beheerder zijn gefinancierd) en het transitierisico (het risico van betalingsproblemen van personen aan wie een MUNT hypotheek is verstrekt vanwege de transitie naar een duurzame woning). Voor de berekening van het overstromingsrisico is data van de Klimaateffectatlas gebruikt, een project van Climate Adaptation Services (CAS). De Klimaateffectatlas geeft inzicht in de effecten van door klimaatverandering veroorzaakte mogelijke overstromingen, droogte en hitte in Nederland. Uit de verschillende risicocategorieën wordt alleen het overstromingsrisico niet gedekt door schadeverzekeringen.


De Beheerder heeft een kwantitatieve inschatting gemaakt van het overstromingsrisico op basis van de kans dat een onderpand met o.a. een bepaalde hoogte t.o.v. NAP overstroomt en de vermindering van de onderpandwaarde door de overstroming. In het overstromingsmodel gaat de Beheerder ervan uit dat potentiële verliezen door overstroming direct materialiseren. Ook gaat de berekening uit van het meest conservatieve klimaatscenario. Het resulterende overstromingsrisico is alsnog beperkt (<<1 bps). De Beheerder rapporteert de impact van dit risico op maandelijkse basis aan zijn beleggers. 


IV.    Beschrijving van acties om deze effecten te beheersen

De Beheerder zal periodiek beschrijven welke acties de Beheerder in het kader van duurzaamheid heeft ondernomen in de meest recente referentieperiode en de effecten die dit heeft gehad op het voorkomen en inperken van belangrijke negatieve effecten op duurzaamheid van door de Beheerder verrichte beleggingen. 


MUNT stimuleert namens de Beheerder haar klanten hun woning te verduurzamen door het aanbieden van hypothecaire financiering voor Energie Besparende Maatregelen (‘EBM’) aan bestaande en nieuwe MUNT hypotheekklanten. Daarnaast biedt MUNT haar klanten de mogelijkheid om kosten voor EBM mee te financieren tot 106% Loan-to-Value (‘LtV’) en deze kosten buiten de berekening van de financieringslast te laten (tot maximaal €9000, €15.000 voor energie neutrale woningen en €25.000 voor nul-op-de-meter-woningen). 
Voor zover de Beheerder via MUNT financieringen verstrekt voor koopwoningen met een minder zuinig energielabel, biedt de Beheerder via MUNT de mogelijkheid en stuurt zij er actief op dat een deel van de financiering wordt aangewend om de koopwoning energiezuiniger te maken. Op deze wijze probeert de Beheerder een positieve bijdrage aan duurzaamheid te leveren. 


De Beheerder rapporteert periodiek over de hypothecaire financieringen voor energiebesparende maatregelen en heeft voor 2021 de doelstelling om alle klanten met energielabel <D hiervoor te benaderen en per 1/1/2022 de energiezuinigheid van de portefeuille op basis van energie labels met 3% te verbeteren.


Bij de opzet van producten en processen geeft de Beheerder zich rekenschap van de impact op het milieu. De Beheerder kiest zoveel mogelijk voor duurzame oplossingen en streeft naar verduurzaming van woningen via daarvoor toegesneden maatregelen. De Beheerder streeft naar een milieuvriendelijke bedrijfsvoering waarbij papierloos werken wordt gestimuleerd, zowel intern als voor de klanten van MUNT. Het acceptatieproces voor hypotheken is al geheel digitaal en de informatievoorziening aan consumenten in toenemende mate. Er zijn verder verscheidene milieuvriendelijke maatregelen zoals het stimuleren van medewerkers om met de fiets of trein naar het werk te komen. 


Daarnaast begint de Beheerder dit jaar met het planten van bomen in Californië en Spanje. Middels het planten van deze bomen is het voornemen om de CO2-uitstoot van de Beheerder te compenseren. 
De Beheerder rapporteert periodiek over de behaalde compensatie van de CO2-uitstoot en heeft voor 2021 de  doelstelling om ten minste de uitstoot van de interne bedrijfsactiviteiten van de Beheerder te compenseren. 


De Beheerder streeft naar een verantwoorde hypotheekverstrekking. De acceptatiecriteria voor hypotheken van MUNT geven invulling aan de zorgplicht jegens consumenten en zijn gericht op het voorkomen van overkreditering. De Beheerder besteedt hierbij via MUNT specifieke aandacht aan de hypotheekverstrekking aan groepen in de samenleving die mogelijk extra ondersteuning behoeven, zoals ouderen, flexwerkers, uitkeringsgerechtigden, zelfstandigen en mensen met een laag inkomen. MUNT benadert actief klanten waarbij er zich in de toekomst mogelijk een betalingsprobleem kan voordoen bijvoorbeeld in geval van aflossingsvrije hypotheken. Ook in die situaties waarin een consument moeite heeft om aan zijn of haar verplichtingen te voldoen, zal de Beheerder via MUNT terdege rekening houden met de belangen van de consument.


De Beheerder rapporteert periodiek over het aantal klanten in achterstand en over het aantal klanten dat benaderd is in het kader van preventie van toekomstige betalingsproblemen. Daarnaast heeft de Beheerder voor 2021 de doelstelling om alle hypotheekklanten met een verhoogd risico op toekomstige betalingsproblemen actief te benaderen.


V.    Betrokkenheidsbeleid 

De beleggingen van het Fonds bestaan uit hypothecaire financiering voor particulieren. Naar de aard van deze beleggingen is het niet mogelijk om een betrokkenheidsbeleid als bedoeld in artikel 3g van Richtlijn (EU) 2007/36/EC van 11 juli 2007 te voeren, welke meer geënt is op beleggingen in ondernemingen. 


Dat neemt niet weg dat de Beheerder monitort dat MUNT een dialoog onderhoudt met de particulieren aan wie een financiering is verstrekt met de bedoeling hen te stimuleren hun financiering aan te wenden om hun koopwoning te verduurzamen. 


Verder is het MVO-beleid een onderwerp tijdens de jaarlijkse evaluatiegesprekken met onze uitbestedingspartijen en wordt gekeken in welke mate zij een dergelijk beleid hanteren.


VI.    Verwijzingen naar internationale standaarden

De rapportagemethodiek om de duurzaamheid en sociale impact van de portefeuilles van de Beheerder te bepalen zijn opgesteld in samenwerking met Sustainalytics. Die heeft hierbij vastgesteld dat de rapportage indicatoren voor duurzaamheid en sociale impact die door de Beheerder worden gebruikt een goed beeld geven over de mate waarin met beleggingen in de portefeuille van de Beheerder de duurzaamheidsdoelstellingen van Parijs en die van de Rijksoverheid worden ondersteund.


De Beheerder is lid van de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI) en onderschrijft ook de principes van het UN Global Compact en de richtlijnen vanuit het IMVB convenant.

De volgende UN Social Development Goals (SDGs) worden specifiek ondersteund door het MVO-MVB beleid van DMFCO:

DMFCO supports the following Sustainable Development Goals


SDG 1: Beëindig armoede overal en in al haar vormen
Doel 1.4:     Er tegen 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen, in het bijzonder de armen en de kwetsbaren, gelijke rechten hebben op economische middelen, alsook toegang tot basisdiensten, eigenaarschap en controle over land en andere vormen van eigendom, nalatenschap, natuurlijke hulpbronnen, gepaste nieuwe technologie en financiële diensten, met inbegrip van microfinanciering.
De Beheerder ondersteunt armoedebestrijding door betaalbare huisvesting mogelijk te maken door het via MUNT verstrekken van hypotheken met eerlijke prijzen en voorwaarden. Zo wordt de risicopremie automatisch verlaagd als consumenten de hypotheek aflossen. MUNT verstrekt ook hypotheken aan starters en mensen met een laag inkomen, vaak onder een NHG garantie. Zo besparen ze op woonlasten en bouwen ze kapitaal op. MUNT besteedt aandacht aan overkreditering en stelt de klant hierin centraal. In het bijzonder, bij het beoordelen van hypotheekaanvragen en het oplossen van betalingsachterstanden.

SDG 7: Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen
Doel 7.3:     Tegen 2030 de globale snelheid van verbetering in energie-efficiëntie verdubbelen.
MUNT biedt financiering van Energiebesparende Maatregelen (EBM) zoals toegestaan door de Nederlandse regelgeving. Er kan bijvoorbeeld tot een LtV van 106% worden geleend als het bedrag boven de 100% wordt besteed aan een vooraf gedefinieerd energiebesparende maatregel. Dit aanbod geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande MUNT klanten.


SDG 11: Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam
Doel 11.1    Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren.
De Beheerder bevordert het eigenwoningbezit door via MUNT hypotheken te verstrekken voor betaalbare woningen met eerlijke prijzen en voorwaarden. De hypotheekpropositie van MUNT zorgt voor meer concurrentie op de Nederlandse hypotheekmarkt en daarmee voor eerlijkere rentetarieven voor Nederlandse consumenten. Het resultaat is dat alle Nederlandse huiseigenaren effectief lagere woonlasten betalen en hun hypotheekschuld sneller kunnen aflossen, wat hun financiële weerbaarheid en hun vermogen om duurzaam te leven ten goede komt.

SDG 13: Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden
Doel 13.3:     De opvoeding, bewustwording en de menselijke en institutionele capaciteit verbeteren met betrekking tot mitigatie, adaptatie, impactvermindering en vroegtijdige waarschuwing inzake klimaatverandering.
De Beheerder is transparant over de impact van de hypotheekportefeuille op het milieu en de sociale ontwikkeling in Nederland. Maandelijks rapporteert de Beheerder over de milieu- en sociale impact indicatoren naar haar relaties. Deze indicatoren zijn in lijn met de relevant erkende marktstandaarden en de duurzaamheidsdoelen van de Nederlandse regering. De Beheerder biedt haar investeerders ook klimaatstresstests aan om het klimaatrisico van hun hypotheekportefeuille in te schatten.